DUWO verliest rechtszaak: doorberekenen van huurdervingskosten in Short Stay contracten mag niet.
De kantonrechter in Amsterdam heeft bepaald dat bij huurcontracten in zogenaamde Short Stay contracten geen extra vergoeding voor een eventueel langere leegstand mag worden doorberekend aan huurders. Dit werd duidelijk in een rechtszaak tegen drie huurders die destijds woonachtig waren in De Eenhoorn en waarin op 6 oktober jongstleden een uitspraak werd gedaan. Een jaar daarvoor had de huurcommissie een uitspraak gedaan die door DUWO werd betwist.
Al eerder, in de zaak Motazacker in mei 2009 werd DUWO gedwongen om ook voor huurders met een Short Stay contract een splitsing in de kosten te maken, in kale huur en servicekosten. De uitspraak op 6 oktober bevestigt dat Short Stay als gewone huur moet worden opgevat en vallend onder het reguliere huurprijzenrecht. Een “all-in” prijs voor de huur en alle servicekosten, hoe aantrekkelijk dat ook voor DUWO moge zijn, is daarom niet toegestaan.
In dit vonnis werd duidelijk dat DUWO, indien een huurder erom vraagt, altijd een servicekostenafrekening moet verstrekken met een overzicht van alle kosten. Deze afrekening moet bovendien gebaseerd zijn op werkelijk gebruik of (als dat niet bekend is) op een redelijke verdeelsleutel. Dit kan dus nadelig uitpakken voor een huurder indien deze meer verbruikt heeft dat hij in de servicekosten heeft betaald.
De kantonrechter bepaalde ook dat huurderving bij Shirt Stay Housing eventuele leegstandskosten niet mag doorberekenen in de servicekosten. Het zijn immers geen diensten die DUWO levert en dus mogen de 10% van de kosten van de huurderving derhalve door DUWO niet worden doorberekend.
Tevens werd bepaald dat kosten voor inventaris en de kosten voor een grondige schoonmaak wanneer een huurder vertrekt niet onredelijk zijn. Er is in principe geen beroep mogelijk en op basis van bovenstaande punten moet DUWO nu met een gespecificeerde afrekening komen.
